Feedback geven kan soms best lastig zijn. Hieronder kan je enkele tips vinden over het geven en ontvangen van feedback.

  1. De feedback moet betrekking hebben op concreet waargenomen gedrag, niet op een persoonlijkheidskenmerk. Daarmee wordt de feedback meteen helder en duidelijk geformuleerd.
  2. De feedback moet beschrijvend zijn, niet evaluerend. Bijvoorbeeld wel “je liet het bord uit je handen vallen” en niet “wat stom van je”, zelfs liever niet “ik vind het stom dat je dat bord liet vallen”. Een voorbeeld van concreet gedrag uit een rollenspel zou kunnen zijn: “Je vroeg of ze altijd zoveel praatte”.
  3. In de feedback geef je aan hoe het betreffende gedrag op jóu over kwam. Aansluitend op bovenstaand voorbeeld: “Dat vind ik heel jammer, en ik baal ervan, want nu is het servies niet meer compleet” in plaats van “dat vind ik nogal stom van je”. Het laatste is een evaluatie (beoordeling, zelfs veroordeling) van de ander. Blijf bij jezelf, bij je eigen beleving, in plaats van de ander te beoordelen. Maak hierbij onderscheid tussen je cognities en je gevoel, dus tussen wat je vindt en wat je voelt. In het rollenspel zou dat kunnen zijn: “Ik voelde me onzeker worden, want het kwam bij mij nogal denigrerend over”.
  4. In de feedback geef je aan wat het effect van het gedrag van de ander is op jouw gedrag, bijvoorbeeld: “Daarom zei ik niets meer tegen je” of “Daardoor kwam ik te laat’’. Het is niet in elke situatie nodig zowel gevoelens als cognities als gedragseffecten aan te geven, wel minimaal een van deze drie gevolgen van het gedrag van de ander.
  5. De feedback wordt zodanig geformuleerd, dat de ander zich uitgenodigd voelt te reageren. Met andere woorden je brengt de feedback tentatief, letterlijk ‘als een probeersel’. Dat is vaak een kwestie van intonatie. Ook kun je vragen: “Kun je je dat voorstellen?” of “Ben je het daarmee eens?”
  6. De feedback moet nut hebben.
  7. Het geeft concreet aan welk gedrag wél verwacht wordt. Je geeft daarbij aan welk effect ander gewenst gedrag op jou zou hebben.

In het bovengenoemde voorbeeld zou je kunnen aangeven hoe de ander het goed kan maken, bijvoorbeeld door een nieuw bord voor je te kopen. Beroepshalve gaat het natuurlijk meestal om tips voor ander gedrag in plaats van het gedrag dat de ander vertoonde. In het voorbeeld zou dat kunnen zijn: “Misschien kun je voortaan elk bord apart afdrogen in plaats van er drie tegelijk te pakken, zodat ik minder zenuwachtig toe kan kijken.” Het is belangrijk dat je het door jou bedoelde effect van het door jou voorgestelde gedrag aangeeft. Immers: misschien beoogt de ontvanger wel een heel ander effect en heeft die daar goede redenen voor.