Zelfstandige ondernemers hebben vaak een lager inkomen dan andere groepen in de Nederlandse economie. Zo heeft twaalf procent van alle huishoudens met zelfstandige ondernemers een laag inkomen, terwijl dit percentage voor heel Nederland op zeven procent lag.

Panteia/EIM deed een verkennend onderzoek naar zelfstandige ondernemers met een laag inkomen en presenteert daarin vijf typen zelfstandige ondernemers met een laag inkomen. Per type is gekeken welke maatregelen kunnen bijdragen aan het verbeteren van hun inkomen.

1. De traditionele agrariër

Dit type ondernemer heeft te maken met een inkomensvoorziening die continu onder druk staat. Opbrengstprijzen in de agrarische sector staan onder druk, bedrijfskosten nemen toe en externe factoren kunnen grote invloed hebben, zoals het weer of besmettelijke ziekten. Voor de traditionele agrarische ondernemer liggen de beste kansen voor meer inkomen in het verdienen aan activiteiten buiten de kernactiviteit van het bedrijf. Hierbij kan worden gedacht aan een glastuinbouwbedrijf dat elektriciteit opwekt en verkoopt, het opzetten van educatiecentra op boerderijen of een inkomen buitenshuis verdienen.

2. De kleine zzp’er
De kleine zzp’er opereert vooral op relatief kleine afzetmarkten. Duidelijk is dat de zzp’ers getroffen worden door de crisis. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in het aantal ondernemers om financiële steun via het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (BBZ) heeft gevraagd. Hierin is een stijging te zien van 660 ondernemers in een jaar tijd. Hierbij moet worden vermeld dat ruim de helft van de aanvragen voor BBZ wordt afgewezen. Uit onderzoek blijkt verder dat kleine zzp’ers relatief weinig gebruik maken van bijstandsvoorzieningen van gemeenten (waaronder BBZ). Kleine zzp’ers blijken vaak niet voldoende op de hoogte te zijn van de inkomens- en fiscale regelingen waar zij gebruik van kunnen maken. Zij zullen in elk geval gebaat zijn bij een betere informatievoorziening hierover.

3. De allochtone ondernemer met winkel of eetzaak
De allochtone ondernemer met een winkel of eetzaak heeft te maken met specifieke belemmeringen waardoor een laag inkomen wordt verdiend. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een kennisachterstand op het gebied van financiële regelingen, een minder gunstige afzetmarkt en vestigingsplaats en een matige voorbereiding op de start van het bedrijf. Daarnaast lijken startende allochtonen vanuit een uitkering onder andere moeite te hebben met het begeleidingstraject en de administratieve rompslomp die bij de start van een eigen bedrijf komt kijken. Maatregelen om de inkomenspositie van allochtone ondernemers te verbeteren kunnen ook specifiek op deze doelgroep worden toegerust. Hierbij worden activiteiten voorgesteld als coaching van allochtone ondernemers, het toegankelijk maken van reguliere ondernemersnetwerken en het verbeteren van financieringsmogelijkheden.

4. De starter
Het type starter kenmerkt zich door de stap naar het ondernemerschap en daadwerkelijk de markt opgaan. De startperiode brengt grote onzekerheid waarin moet worden geïnvesteerd om een plaats op de afzetmarkt te veroveren en waarin de nieuwe ondernemer een nieuw vak betreedt en moet uitvinden welke kwaliteiten nodig zijn om daarin te slagen. Starters hebben over het algemeen een gemiddeld lager inkomen dan de doorsnee ondernemer. Veel starters van een onderneming blijken nog niet goed op de hoogte te zijn van alle financiële regelingen waar zij als ondernemer – en soms specifiek als starter – gebruik van kunnen maken. Het verdient daarom aanbeveling de informatiebehoefte die op dit terrein bestaat goed in kaart te brengen, en te bekijken op welke wijze de informatie beter kan worden aangeboden.

5. De tijdelijk ‘gevelde’ kleine ondernemer
Elke ondernemer kan te maken krijgen met een kortdurende of langdurende periode waarin geen inkomsten kunnen worden verdiend als gevolg van bijvoorbeeld ziekte, arbeidsongeschiktheid of zwangerschap. Er blijken voldoende mogelijkheden te zijn om het hierdoor geleden inkomensverlies (gedeeltelijk) op te vangen. Hier blijkt echter relatief weinig gebruik van te worden gemaakt. Wellicht speelt hier ook de beperkte informatievoorziening een rol en kan een betere voorlichting hierover aan de kleine zelfstandigen worden verbeterd. Daarnaast blijken ook in verhouding tot het aantal ondernemers met een laag inkomen het gebruik van het BBZ gering.